Voor de bestuursleden Alexander Schiebroek, Hedwig de Leest en Jan van de Bovenkamp staat het boven elke twijfel: er is geen dankbaarder vrijwilligerswerk dan de Thomas Stichtingen. Al veertig jaar worden projecten in India ondersteund voor jongeren en op het gebied van microkredieten en met bouwactiviteiten voor de lokale bevolking. Zéér enthousiast vertellen de bestuursleden over wat er allemaal gerealiseerd wordt met ‘hun’ substichting voor ‘Micro Credits’ en over het hartverwarmende contact met de lokale bevolking en met de Franciscan Sisters of Saint Joseph, die enorm belangrijk werk verrichten in India.
door Rens van Ginneken
“Het begon veertig jaar geleden met twee zussen, Nederlandse studentes. Op hun reis in India legden ze contact met de zusters en zagen ze de opvanghuizen, de ziekenhuizen en de mensen die op straat leefden. Ze voelden zich geroepen om ook wat te doen. Helaas overleed één van hen vlak voor het vertrek naar Nederland. Al tijdens haar uitvaart werd er bij de collecte veel geld opgehaald en dat legde de basis voor de Thomas Stichting voor Jongeren. Vanuit die stichting worden jongeren tot de dag van vandaag ondersteund met scholing, voeding, kleding en onderkomen”, vertelt Alexander Schiebroek, voorzitter van de Thomas Foundation for Micro Credits.
Wat na de middelbare school?
Nadat eerder al de stichtingen voor jongeren en voor bouwprojecten actief waren, werd in 2007 de stichting voor microkredieten in het leven geroepen. Schiebroek: “Ik was veel eerder al actief in de stichting voor jongeren, die ruim 1.000 kinderen hielp in de opvang en naar een basisopleiding begeleidde. Maar ik stelde mezelf wel de vraag: wat gebeurt er met de jongeren als ze van de middelbare school komen? Ze gaan terug naar hun dorp en: wat dan? Vooral voor meisjes zijn de kansen om te studeren vaak nihil. Bij jongens speelt dat minder, omdat zij niet worden uitgehuwelijkt. Zo ontstond het idee voor de Thomas Foundation for Micro Credits, naar het voorbeeld van de Nobelprijs voor Vrede die in 2006 aan een Microkrediet initiatief was toegekend. Inmiddels hebben we al veel meisjes aan hun bachelor kunnen helpen!”
Van kansarm naar zelfstandig
Jan van de Bovenkamp, bestuurslid van de stichting is al net zo enthousiast. “De Verenigde Naties hebben zeventien duurzaamheidsontwikkelingsdoelen geformuleerd. Wij focussen ons met de microkredieten op Kwaliteit Onderwijs en op Gendergelijkheid. Daarmee kunnen we deze meisjes uit een kansarme situatie helpen en ze op weg brengen naar een zelfstandig bestaan. Zodat er meer mogelijk is dan het huishouden en kinderen krijgen. Het zijn vaak schrijnende, trieste situaties waarin we de meisjes aantreffen: zeer armoedig en vaak wees of halfwees. Vaak moeten ze alle zeilen bijzetten, simpelweg om te overleven. Op onze website kom je veel van die verhalen tegen, zoals van het meisje Prema Latha, dat nog maar één jaar oud was toen haar ouders scheidden.”
Microkredieten voor grote stappen
Jan vervolgt: “Haar broertje overleed aan een schorpioenenbeet omdat hij niet de juiste medische zorg kon krijgen. Haar moeder kon gelukkig gaan werken voor de Franciscan Sisters of Saint Joseph en zo kwam Prema bij onze stichting in beeld. Met een microkrediet kon ze gaan studeren en nu werkt ze als laborante. De zusters kennen de mensen persoonlijk en zijn een grote hulp bij het selecteren van de meisjes die wellicht de capaciteiten hebben om verder te leren. Het systeem met microkredieten werkt zeer soepel. Vaak beginnen de meisjes al met aflossen voordat ze werk hebben. Daar zit geen enorme druk op: aflossen kan in een eigen tempo en er wordt géén rente gerekend.” De ook in Oirschot wonende Hedwig de Leest is secretaris van de stichting. “Via de terugbetalingen vloeit er weer voldoende geld in de kas om weer volgende meisjes te helpen. We zien een mooie gestage groei: waar er in 2007 werd begonnen met vier meisjes, zijn er inmiddels al ruim 130 afgestudeerd of studerend.” Alexander: “De meisjes kunnen daar niet aan het geld voor een studie komen. Het begint er al mee dat ze vaak niet eens een bankrekening kunnen openen. De leningen die ze afsluiten zijn bijna altijd met hoge woekerrentes. Vaak nemen we die leningen dan over, om te voorkomen dat de financiële problemen onoplosbaar worden.”
Als Mozes in een mandje
Soms zijn er bezoeken aan het gebied waar de meisjes wonen. “Ik ben samen met Alexander in januari nog geweest”, vertelt Hedwig. “De zusters vertelden over een meisje dat als een soort Mozes in een mandje aan de oever van een rivier was gevonden. Een kinderloos echtpaar adopteerde haar en inmiddels ondersteunen wij haar studie. Het meisje weet niet dat ze geadopteerd is. Je komt soms echt schokkende situaties tegen.” Jan knikt. “Ik ben nu twee keer geweest en heb al verschillende studentes ontmoet. De verhalen zijn soms zo triest, dat je het niet droog houdt…”
Veel medische studies
Alexander: “We zien ouders die zich te barsten werken, maar het desondanks niet rooien, maar met ons geld lukt het dan wél. Vervolgens zien we dat als de studentes gaan werken, ze vaak hele families dragen en hen zo uit de bitterste armoede redden. Over het algemeen worden er veel medische studies en onderwijsopleidingen gedaan. Soms zijn ze huiverig om te lenen, maar in de praktijk is er een vrijwel 100% baangarantie. De kracht van Micro Krediet is dat door de terugbetalingen op de leningen elke euro steeds weer opnieuw gebruikt wordt.”
Een kippetje proeven
Het is natuurlijk prachtig om te zien dat deze hulp vruchten afwerpt voor nieuwe levens, op eigen kracht, maar wat het nog mooier maakt is dat de stichting nu een soort sneeuwbaleffect ziet ontstaan, waarbij nog veel méér mensen in de regio stappen naar zelfstandigheid kunnen maken. Hedwig vertelt wat er gebeurde. “Op de laatste dag voor we naar huis gingen vertelde één van de zusters dat ze een weduwe kende met een ‘chicken shop’. Wij erheen en jawel: daar stond ze in een drukke straat, met een kar met twee wielen, een wok en een gasfles. We hebben daar heerlijk kip staan proeven, terwijl zij vertelde dat ze ongeveer 200 euro wilde lenen om haar bedrijfje goed van de grond te krijgen. Wij wilden dat wel doen. Inmiddels hebben we via de zusters – zij kennen de mensen daar zó goed - een lijst met zo’n dertig dames die allemaal met 200 euro hun bedrijfje kunnen starten of uitbreiden. Ze verkopen plastic juwelen, hebben een naaiwinkeltje, een kruidenierszaakje of een strijkservice. Wij zijn enorm blij met deze ‘nieuwe tak’ die we via de zusters krijgen aangereikt, waarmee we direct het verschil kunnen maken!”
Op bezoek in Oirschot
En dan gaat het verhaal nog verder, want twee van de zusters kwamen onlangs op werkbezoek in Oirschot, vertelt Alexander. “De zusters Susai Mary en Arul Mary verbleven een maand in Europa en vroegen of wij niet wilden helpen met een ‘programmaatje’ in onze regio, waarbij ze ook wilden leren van de Westerse aanpak van bijvoorbeeld armoede. We hebben hen mee op sleeptouw genomen. Omdat zij ook tot de orde der Franciscanessen behoren, zijn we op bezoek geweest bij de Zusters Franciscanessen in Oirschot. We zijn bij het Summa College in Eindhoven geweest, naar de Heilige Eik, ze hebben kennis gemaakt met Caritas Oirschot en met Wijzer, we zijn op de koffie geweest bij bisschop De Korte – die tot hun verbazing zélf de deur opendeed én die hen in contact bracht met MIVA en het Lilianefonds, ze hebben hun licht opgestoken over de agrarische technologie bij Helicon om wellicht meer opbrengst van hun grondbezit te krijgen, we zijn bij daklozenopvang De Springplank in Eindhoven geweest en bij Missio in Roermond, en we zijn met hen langs de Oirschotse terrassen gewandeld, waar ze veel bekijks hadden met hun roze habijt. Jan is nog met hen naar Cordaid in Den Haag gegaan. Kortom het was erg leuk en zeer leerzaam voor beide partijen en er wordt inmiddels zelfs gedacht over een studentenuitwisseling. Wordt vervolgd dus!”
Delen & inspireren
“Het kunnen delen van het verhaal en het inspireren van mensen is misschien nog wel belangrijker dan de fondsenwerving”, aldus Jan. “Na de ontmoetingen met deze mensen sta ik altijd weer met twee benen op de grond. En de meisjes en de vrouwen zijn de beste ambassadeurs voor onze stichting: zij creëren de verbindingen.” Hedwig besluit enthousiast: “Ze zijn zo ontzettend dankbaar voor de kansen die ze krijgen en pakken die met beide handen aan. En de zusters zijn echt goud waard in dit verhaal. Best bijzonder eigenlijk dat in ons dorp hier niet zoveel mensen van weten. Mooi dus dat het nu eens in ons weekblad wordt opgetekend!”
