Verbaasde gezichten in de Middelbeerse straten. Een nogal haveloze groep in kapotte of op zijn minst tamelijk nonchalante kleding trekt al trommelend op jerrycans en potten en pannen van restaurant Vito naar Grandcafé de Beerze. Het is het gilde Sint Sebastiaan uit Westelbeers. Niet in de officiële gildekledij dus, behangen met zilveren versierselen en een fraai vaandel, maar in lompen en met een lelijke vlag aan een kromme stok. Maak kennis met de bijzondere Middelbeers-Westelbeerse traditie: de Todguld, een mooi stukje ‘toneel voor het goede doel’.

door Rens van Ginneken

Het is behoorlijk warm op deze maandag 30 juni, maar het is nu eenmaal een ijzeren traditie dat om de drie jaar, op de maandag van Oostelbeers Kermis – ook al bestaat deze al jaren niet meer - één van de twee gilden het andere gilde uitnodigt voor het Koningsschieten tijdens de Middelbeerse kermis. “En om daarbij het andere gilde ook te vragen mee te financieren in de feestkosten”, vertelt Willem van der Vleuten, hoofdman van gilde Sint Joris. “Waarschijnlijk is het zo in vroeger tijden ontstaan, toen de gilden wellicht armlastiger waren en tóch een feestje wilden vieren. Hoe lang die traditie nu bestaat weten we niet. Misschien al eeuwen?” Feit is in ieder geval dat de gildebroeders van nu, ook uit de mondelinge overlevering, niet anders meer weten dan dat de Todguld (todden zijn lompen; red.) altijd deel heeft uitgemaakt van de rijke gildetraditie in de Beerzen. “Bij mijn weten is het ook uniek”, aldus Van der Vleuten. “We hebben het laatst nog nagevraagd bij zustergildes uit andere plaatsen, maar niemand kende het.”

Oud-ijzer zilver

Dan stapt hoofdman Henk Evers, behangen met ‘oud-ijzer-zilver’ en met een armoedige staf, van gilde Sint Sebastiaan het terras van De Beerze op en is het officiële moment daar. Evers produceert een rol papier en nodigt de broeders van Sint Joris uit om samen met Sint Sebastiaan een verschieting op de vogel te houden op 1 september en om dat samen te bekostigen. De toespraak is kort maar krachtig en ook het antwoord van Van der Vleuten, met een snelle blik op diens gildebroeders van Sint Joris, laat niet lang op zich wachten. Ja, dat willen ze wel. Als Van der Vleuten dat nog bekrachtigt met het voorstel om er een goed potje bier op te pakken, dan gaan de dienbladen al snel rond en is de verbroedering honderd procent op het terras.

Eeuwenoude band

Op dit moment telt Sint Joris 68 leden, Sint Sebastiaan heeft er ongeveer 45. “We hebben eigenlijk met alle gildes in de regio wel goede connecties, maar met Sint Sebastiaan is de band al eeuwen heel sterk”, vertelt Van der Vleuten. “Dat is heel gezellig altijd, maar ook vanuit praktisch oogpunt is het prettig: als je wat groots wilt organiseren heb je bij elkaar toch ruim honderd paar handen. Dat geldt voor deze verschieting, maar bijvoorbeeld ook voor het grote gildenfeest wat we volgend jaar in mei weer organiseren aan de St. Jorisstraat.”

Over de generaties heen

Voor Henk Evers zijn de tradities en de nostalgie rondom het gilde grote plussen. “Het gaat ook over de generaties heen: mijn vader was er altijd bij en nu mijn zoon Jordi ook weer. Hij wil graag zijn koningstitel verdedigen bij de verschieting op 1 september. En deze Todguld: dat is een prachtige traditie die we er zeker in moeten houden. We laten hiermee toch zien dat we er voor elkaar zijn!” Ook Van der Vleuten komt uit een echt gildegeslacht. “Weliswaar in Oirschot, waar mijn vader 67 jaar lid was van gilde Sint Sebastiaan. Ook een oom en een opa zaten erbij, dan groei je er wel mee op natuurlijk. Ik ben eigenlijk bij Sint Joris in Middelbeers terecht gekomen door onze zoon Luuk, die bij ‘Joris’ met de kruisboog schoot, dan was ik er vaak bij. Dan krijg je vanzelf een keer de vraag: wil je er ook niet bij?”, zo lacht hij.

De laatste rondjes

Die verschieting op 1 september, onder wereldlijk én kerkelijk gezag zal vermoedelijk wel goedkomen. Bij de Beerze worden de glazen nog eens geheven en dan is het straks nog even naar Vito voor de laatste rondjes. “Schandalig laat zal het waarschijnlijk niet worden, voor de meesten is morgen toch een gewone dinsdag-werkdag”, besluit Van der Vleuten met een glimlach.