De 52-jarige Roland van Loon heeft in de afgelopen maand augustus meegedaan aan het Wereldkampioenschap Oriëntatielopen voor Masters in Girona (Spanje) én aan het Europese Kampioenschap Oriëntatielopen voor Elites, dat werd gehouden in de plaatsen Hasselt, Geel en Lier (België). Omdat het oriëntatielopen tot nu toe een relatief onbekende sport is gebleven, is het een mooi moment om Roland te laten vertellen over de sport, die zijn sportieve passie is geworden.

door Kees Smetsers

"Ik ben al op jonge leeftijd begonnen met hardlopen, ik liep mijn eerste trimloopje toen ik 12 jaar oud was, in Oostelbeers. In die jaren organiseerde men bij Atletiek Oirschot jaarlijks een oriëntatieloop, waar ik ook aan meedeed. Dit was mijn eerste kennismaking met oriëntatielopen en ik vond dit een hele leuke wedstrijd. Op een gegeven moment stond er in het Oirschots Weekjournaal een bericht dat er een internationale oriëntatiewedstrijd werd georganiseerd op de Oirschotse Heide. Dit was in 2006 en ik besloot om mee te doen. Het resultaat was niet bijzonder want ik werd laatste, maar mijn interesse was gewekt. Daarom werd ik lid van de regionale club, de KOVZ (Klompen Oriëntatieloop Vereniging Zuid). Het woord “Klompen” heeft te maken met de klompenindustrie in Best, waar de vereniging was opgericht", vertelt Roland.

Wel hardlopen, maar oriënteren?

"De eerste jaren werd ik meestal laatste in de oriëntatiewedstrijden waaraan ik meedeed", vervolgt Roland met een lach. "Dat kwam omdat ik wel heel hard kon lopen, maar nog niet goed kon oriënteren met de kompas. Daardoor verloor ik veel tijd bij het zoeken naar de posten (checkpoints). Om dat te kunnen begrijpen moet ik even uitleggen hoe het oriëntatielopen werkt. Bij de start krijg je een speciale landkaart van de omgeving, waarop checkpoints staan ingetekend. Deze checkpoints, die bestaan uit een klein vlaggetje en een chip, moet je zo snel mogelijk vinden. Bij de wedstrijden wordt er gespreid gestart, met tussenpozen van meestal twee minuten. De landkaart is zeer gedetailleerd, waarop naast de paden, bijvoorbeeld ook de soort begroeiing (bos, heide), heuvels, kuilen en slootjes zijn ingetekend. Als deelnemer neem je een kompas mee en ook een chip waarmee je de gevonden checkpoints ‘registreert’, zodat men bij de finish kan controleren of je bij alle checkpoints bent geweest. Degene die het snelst alle checkpoints heeft gevonden, in de juiste volgorde, wint de wedstrijd. Het oriënteren met een kompas en kaart vergt veel ervaring en dat had ik in de eerste jaren dat ik deze sport beoefende nog niet."

Proberen werd passie

Hij legt uit: "Ik ben langzamer gaan lopen om beter te kunnen oriënteren. Daardoor werd ik beter in het lopen met kompas en kaart en toen ik dat onder de knie had kon ik ook weer harder gaan lopen, zonder grote fouten te maken. Ik kreeg de smaak van het oriëntatielopen te pakken en het werd mijn grote passie. Ik vond het zo’n mooie sport dat ik vanaf 2012 elk weekend een wedstrijd ging lopen, vooral in België waar veel meer wedstrijden zijn dan in Nederland. Door het meedoen aan heel veel wedstrijden werd ik ook steeds beter en dat resulteerde in 2014 in drie Nederlandse Kampioenschappen op de drie verschillende disciplines. Nederland heeft op het gebied van oriëntatielopen een relatief klein aantal beoefenaars. De Nederlandse bond, de NOLB (Nederlandse Oriëntatie Loop Bond), heeft ongeveer 500 leden. Bij wedstrijden in Nederland zijn er meestal zo’n 100 à 200 deelnemers. In vergelijking met België is het oriëntatielopen een kleine sport, want daar hebben ze meer dan 2000 leden. In Scandinavische landen en Zwitserland is het oriëntatielopen nog veel groter, daar zijn ook veel professionals die van hun sport kunnen leven. Bij Europese en Wereldkampioenschappen vormen de atleten uit die landen daarom meestal de top van het klassement. Bij de wedstrijden zijn er leeftijdsklassen tot 100 (!) jaar en het is dan ook heel mooi om te zien dat ouderen tot op vergevorderde leeftijd meedoen.

Een zware wedstrijd

"Ik ben inmiddels al vaak Nederlands kampioen geworden, met 14 Nederlandse titels in het oriëntatielopen. In mijn leeftijdscategorie ben ik eigenlijk altijd een van de besten geweest en het was daardoor voor mij relatief makkelijk om op het podium te komen. Ik zocht meer uitdaging en daarom ben ik gaan deelnemen in de categorie ‘Elites’ (leeftijdscategorie 21-35 jaar), waar het voor mij veel moeilijker is om te winnen.

Bij het oriëntatielopen is het nauwkeurig lezen van de kaarten (oriëntatie) en goede routekeuzes maken heel belangrijk.

Je kunt nog zo snel lopen, als je een fout maakt bij het lezen van je kaart, dan heeft dat meestal grote gevolgen, want je weet dan niet meer precies waar je bent en verliest dan veel tijd met het zoeken naar het checkpoint. Naast wedstrijden in de bossen zijn er tegenwoordig ook steeds meer wedstrijden in ‘urban’ terrein, zoals in een stad of dorp. Dit is een discipline die mij erg goed ligt, omdat het hardlopen dan belangrijker wordt. Nog steeds heb ik ambities om nog sneller te worden, maar op mijn leeftijd valt dat niet meer mee, ondanks dat ik het afgelopen jaar meer ben gaan trainen. Ik train nu 5 maal per week, 4 maal hardlopen en 1 maal oriëntatielopen (meestal een wedstrijd). Met veel variatie in mijn trainingen (interval- en duurtrainingen) probeer ik mijn prestaties te verbeteren."

Start in eigen woonplaats

Hij besluit: "Zondag 28 september is er een belangrijke wedstrijd op de Oostelbeerse Heide. De KOVZ organiseert op die dag het Nederlandse Kampioenschap Oriëntatielopen over de lange afstand. Ik loop daar in de categorie ‘Elites’ met een afstand van ruim 16 kilometer, dat wordt een zware wedstrijd. De start is vlakbij “De Knusse Boules” in Oostelbeers. Erg bijzonder dat ik nu een Nederlands Kampioenschap ga lopen in mijn eigen woonplaats! Degenen, die door dit verhaal nieuwsgierig zijn geworden wat oriëntatielopen nu echt inhoudt, nodig ik graag uit om een keer mee te doen aan de “clinic” die ik elk jaar geef bij Atletiek Oirschot. Misschien raak jij dan ook wel gepassioneerd door deze mooie sport."