Ze zag de ramp met de zeppelin ‘Hindenburg’ voorbij komen, de Tweede Wereldoorlog, de landbouwhervormingen, het tumult rond het huwelijk van Beatrix en Claus, de eerste man op de maan. Ook haar eigen leven in de Beerzen kende ups en downs. Het verlies van haar Toon in 1999 hakte erin bijvoorbeeld. Toch kijkt ze vooral dankbaar terug op een rijk leven, met inmiddels een heel legertje aan nakomelingen om zich heen. Op vrijdag 6 december werd ze honderd. Dat heuglijke feit werd goed gevierd met alle nazaten en aanhang: maar liefst 97 (!) in getal. En ze kan nog gerust een tijdje mee, zo lijkt het.
door Rens van Ginneken
Alert en vief: dat zijn de eerste indrukken bij de ontmoeting met de bijna-eeuwelinge. “Er zal vrijdag wel ‘een bietje’ gefeest worden”, zo vertelt Mien met een knipoog: behalve haar ‘zusje’ van 96 lentes, wordt ook de gehele bups aan kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen verwacht in de zaal van De Beerze. Met aanhang levert dat het imposante aantal van 97 op. Een grote ingelijste foto aan de muur levert het bewijs. “En de kans is heel groot dat we binnen een half jaar over de honderd gaan, want er zijn er nu nog vier in verwachting”, glundert Mien. “Ik sluit zelfs niet uit dat ik de vijfde generatie nog meemaak, want enkele achterkleinkinderen gaan inmiddels ook al over de twintig!”
De Wiltonshof
Mien Jacobs bracht haar jeugd door in Zandoerle en na haar schooltijd werd ze dienstmeisje in het huishouden van de bovenmeester. Later leerde ze Toon Smulders kennen en samen met hem startte ze in 1949 het boerenbedrijf Wiltonshof, tegenwoordig nog in gebruik als dagbesteding voor ouderen én Buitenschoolse Opvang voor kinderen. Voor Mien was die beginperiode als een stranding op een onbewoond eiland, een bijna traumatische ervaring. “We woonden in een soort niemandsland, de dichtstbijzijnde buren woonden een kilometer verder. Er was niks: geen water, geen stroom, geen telefoon, zelfs geen weg. In die tijd ging ik nog weleens dwars door de bossen naar mijn ouders in Zandoerle.” Toch kijkt Mien vooral terug op een mooie tijd op de boerderij en een gezin met acht nakomelingen en vervolgens nog tientallen klein- en achterkleinkinderen. “Het oudste kleinkind wordt binnenkort al Sara!”, vertelt ze met een lach en nog een beetje ongeloof in haar ogen.
Boerenbedrijf verdween
Er was helaas ook de nodige tegenslag in Miens leven. Zo had ze veel verdriet van het feit dat de opvolgers in de boerderij, zoon Stijn en schoondochter Corrie, het uiteindelijk niet redden in de overspannen agrarische markt. “Met de zorgboerderij en de kinderopvang in Wiltonshof hebben ze daar gelukkig een goeie draai aan kunnen geven en kleindochter Lonneke neemt het nu helemaal over. Nee, dat vind ik niet gek of moeilijk om te zien; het is juist bemoedigend dat wat Toon en ik hebben opgebouwd nu een andere functie heeft, maar nog steeds in gebruik is als bedrijf.”
Wonder der natuur
Een teer punt blijft toch het overlijden van haar Toon in 1999, na een slopend ziekbed. “We konden de Gouden Bruiloft nog nét met hem ‘vieren’, met de pastoor aan het bed.” Dan komen toch even de tranen. “Soms vind ik het nog moeilijk, ik mis Toon nog iedere dag. Aan de andere kant: we hebben samen ook een goed leven gehad, dat kun je niet wegdenken natuurlijk. Of hij er nog iets van meekrijgt wat er hier allemaal gebeurt? Ik weet het echt niet. Ik ben niet meer kerkelijk, daarvoor hebben ze het teveel verprutst in de katholieke kerk, maar gelovig ben ik toch nog wel. Het Grote Wonder zie ik nog steeds in de natuur. Die is zó belangrijk en ze verrast je altijd. Neem alleen al het ontstaan van een mens: dat kan ik na al die bevallingen in de familie nog steeds niet bevatten.”
Bij de pinken
Ze is nog opmerkelijk fit en bij de pinken, zeker voor haar honderd lentes, alhoewel er wel kleine ‘dingskes’ zijn inmiddels. “Sinds een half jaar loop ik met een rollator, nadat ik een paar keer lelijk gevallen ben. Angst om te vallen is er wel hoor: als je een heup breekt bijvoorbeeld, dan ben je de klos op deze leeftijd. Daarom kom ik ook weinig meer op straat. Mijn ogen zijn slecht en daardoor zie ik ongelijke stenen en tegels niet goed.” Door haar slechtere ogen gaat lezen niet meer, maar haken doet ze nog altijd fanatiek. “Vooral beddenspreien, meters maken!”, zo lacht ze. Het lezen mist ze wel, ook omdat haar zoon Jan zich heeft ontwikkeld tot een begenadigd schrijver. Hij heeft al een heel rijtje boeken achter zijn naam staan, waaronder een hele mooie over het leven van zijn moeder: ‘De oogst van moeders akker’. Mien: “Nu heeft hij weer een mooi boek geschreven over D’n Apenboer. Een van de kleinkinderen komt nu geregeld langs om een stuk voor te lezen, dat is heel fijn.”
De eeuw van Mien
In ’de eeuw van Mien’ is er natuurlijk veel voorbij gekomen en ook veel veranderd, zo realiseert ze zich. “Ik sta bijvoorbeeld nog steeds verbaasd over de techniek in die telefoontjes tegenwoordig. Alle snufjes en alle wetenschap kun je eruit halen, dat is toch ongelooflijk!” Zijn de mensen zelf ook veranderd in de afgelopen honderd jaar eigenlijk? Mien peinst even. “We hebben natuurlijk meer techniek tot onze beschikking en de kerk speelt een veel kleinere rol nu. Maar de mensen?” Je hoort toch weleens dat de mensen egoïstischer zouden zijn dan vroeger? “Nou, dat weet ik niet hoor”, zegt ze. “Er zijn nog steeds goeie mensen; anders kwamen ze hier niet elke dag een paar keer om te helpen. De Buurtzorg doet dat altijd heel goed. Ze zijn nooit haastig en denken goed mee. En ook mijn kinderen en hun kinderen zijn heel alert en attent. Ik hoop op deze manier nog zolang mogelijk in mijn aanleunwoning te kunnen blijven.”
Ze besluit: “Misschien is dat wel mijn grootste rijkdom: de familie. En ze wonen nog allemaal in de buurt ook! Op mijn 100-feest blijft er niemand van de 97 weg. Dat zegt wel iets, toch?”, zo lacht de eeuwelinge.
