De gemeente Oirschot zet een grote stap in de herinrichting van de afspraken rond sportaccommodaties. Het college heeft op 17 maart besloten om vanaf 1 januari 2026 te werken met een eenduidige huurstructuur voor buitensportverenigingen, gecombineerd met het Oirschots Samenwerkingsmodel Onderhoud, beter bekend als OSMO. In de raadsinformatiebrief wordt ook teruggegrepen op openstaande financiële vraagstukken uit het verleden. Daarbij wordt expliciet genoemd dat met iedere vereniging de huidige onderhoudssituatie wordt vastgelegd en dat openstaande financiële kwesties worden afgehandeld, 'zoals de huurachterstand bij HCO'.

door Marcia Engelander - van den Wittenboer

Al jaren wordt gewerkt aan een nieuw model waarin gemeente en verenigingen nauwer samenwerken aan het beheer en onderhoud van de sportparken. Volgens het college zorgen deze nieuwe afspraken voor duidelijkheid, een eerlijker verdeling en meer grip op onderhoud en verantwoordelijkheden. Daarbij krijgen verenigingen meer zeggenschap over hun eigen voorzieningen, terwijl de gemeente de eindverantwoordelijkheid houdt voor het totale onderhoudsniveau. In de raadsinformatiebrief staat het kernachtig: 'OSMO draait om samenwerken aan het onderhoud van sportaccomodaties'. Belangrijk uitgangspunt is dat alle vijf de buitensportverenigingen voortaan met dezelfde systematiek gaan werken. Voor basisvoorzieningen, zoals velden en kleedkamers, wordt 25 procent van de kosten doorbelast. Voor niet-basisvoorzieningen geldt 100 procent doorbelasting. De kosten van het overige parkonderhoud worden niet in de huur verwerkt. Dit moet volgens het college zorgen voor een 'transparant en eerlijk systeem', waarin verenigingen vooraf precies weten waarop hun huur is gebaseerd. Ook worden de nieuwe huurovereenkomsten met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 vastgesteld. Daarmee komt er een einde aan de oude situatie met verschillende tarieven, subsidies en uitzonderingen.

Subsidie

Opvallend is dat de subsidie op de huurprijzen per 1 januari 2026 stopt. Tot nu toe werd een deel van de huur via subsidie gecompenseerd, maar volgens de gemeente maakte dat het systeem onnodig ingewikkeld. Door huur en subsidie los van elkaar te trekken, moet de financiële structuur overzichtelijker worden. Daar staat wel tegenover dat de gemeente extra geld nodig heeft voor onderhoud. In totaal gaat het om € 195.428,13, waarvan een deel wordt gedekt uit eerder toegekende structurele subsidies en het restant uit de post onvoorziene uitgaven. De financiële verwerking wordt meegenomen in de begroting van 2027.

Uitwerking

Het OSMO - model krijgt met deze besluiten verder handen en voeten. Verenigingen kunnen straks bepaalde onderhoudstaken zelf uitvoeren en krijgen daar een vergoeding voor. Iedere vereniging voert volgens de uitgangspunten minimaal vier onderhoudstaken per jaar uit, waarna halfjaarlijks wordt geëvalueerd. Volgens de gemeente versterkt dit de samenwerking en vergroot dit het eigenaarschap van de verenigingen. Tegelijk blijft de gemeente bewaken dat het onderhoudsniveau op peil blijft. Voor 2026 zijn ook de onderhoudsbudgetten en vergoedingen opnieuw berekend op basis van een nieuw rekenmodel voor buitensportaccommodaties. Dit laat tevens zien dat het college niet alleen vooruit kijkt, maar ook oude dossiers wil afronden voordat het nieuwe systeem volledig gaat draaien. De verwachting is dat deze punten ,zoals de huurachterstand bij HCO, de komende periode per vereniging verder worden uitgewerkt, samen met afspraken over eigendommen, onderhoudsachterstanden en toekomstige wensen.

Atletiek

Voor Atletiek Oirschot zit er ook nog een mooie ontwikkeling aan te komen. In de brief staat dat dit jaar nog een kunststofondergrond wordt gerealiseerd voor het bochtsegment en de aanlopen. Daarmee komt een langgekoesterde wens van de vereniging alsnog uit. Het college noemt de besluiten een belangrijke stap richting een toekomstbestendig en transparant systeem voor de sportaccommodaties. De komende tijd draait het vooral om het uitwerken van de afspraken, het ondertekenen van de nieuwe contracten en het verder borgen van de samenwerking met de verenigingen.