De exploitatie van sportcentrum De Kemmer blijkt intensiever en kostbaarder dan vooraf geraamd. Dat schrijft het college van B&W in een recente raadsinformatiebrief (RIB) aan de gemeenteraad. Naast financiële tegenvallers kondigt het college maatregelen aan om het beheer in 2026 beheersbaar te houden. Ook wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met gemeente Best.
door Marcia Engelander - van den Wittenboer
Sinds 22 april 2025 is de gemeente volledig eigenaar van De Kemmer. Het dagelijkse beheer is per 19 mei 2025 in handen van Sportfondsen. "De eerste periode stond in het teken van het wegwerken van achterstallige zaken en het op orde brengen van schoonmaak, onderhoud en organisatie", zo staat geschreven in de RIB. Inmiddels is er meer inzicht in de werkelijke exploitatiecijfers. Uit die cijfers blijkt dat het beheer meer tijd vraagt dan aanvankelijk was voorzien. Dat komt vooral doordat meerdere verenigingen ook overdag gebruikmaken van de sporthal. Hierdoor moet er vaker personeel aanwezig zijn dan vooraf begroot. Daarnaast zijn professionele schoonmaakmachines ingezet om de kwaliteit van de sportzalen te verbeteren. Dat leidt tot een lichte overschrijding van het schoonmaakbudget. Een grotere financiële tegenvaller doet zich voor bij de horeca-exploitatie. De kosten voor personeel en inkoop zijn in 2025 hoger dan de opbrengsten. Per saldo resulteert dat in een verlies van 56.000 euro. Volgens de afspraken in de beheerovereenkomst wordt dit verlies gedeeld tussen gemeente en Sportfondsen, waardoor de helft voor rekening van de gemeente komt. Het college noemt dit een 'niet voorzien verlies' en geeft aan dat bijsturing noodzakelijk is.
Overleg
Om het tekort in 2026 te beperken, zijn gemeente en Sportfondsen in overleg met de gebruikers van De Kemmer. Daarbij wordt gekeken naar een verantwoorde openstelling van de horeca, afgestemd op het daadwerkelijke gebruik van de accommodatie. Ook wordt onderzocht hoe de omzet kan worden vergroot, zonder dat dit ten koste gaat van de maatschappelijke functie van het sportcentrum. Daarnaast worden aanvullende afspraken gemaakt met verenigingen die overdag gebruikmaken van de sporthal. Er wordt gewerkt met zogenoemd sleutelbeheer. Dat betekent dat verenigingen op bepaalde momenten zelfstandig toegang krijgen tot de accommodatie, waardoor minder fysieke aanwezigheid van personeel nodig is. De gemeente blijft in gesprek met verenigingen en het Kempenhorst College over de kwaliteit van de sportvoorzieningen. Tijdens periodieke overleggen komen onderwerpen als schoonmaak, veiligheid, sportattributen en kleedkamers structureel aan bod. Signalen over achterstallig onderhoud of defecte materialen worden daar besproken met als doel verbeteringen door te voeren.
Fusie
Met het oog op de voorgenomen fusie per 1 januari 2028 onderzoekt de gemeente bovendien of samenwerking mogelijk is met de gemeente Best. Daar wordt sportaccommodatie Naestenbest in eigen beheer van de gemeente geëxploiteerd. Door kennis en organisatiekracht te bundelen hoopt het college te komen tot efficiënter beheer, een stabielere exploitatie en grotere tevredenheid onder gebruikers. Een eventuele samenwerking zou vanaf 1 januari 2027 kunnen ingaan. Met de aangekondigde maatregelen wil het college grip houden op de kosten en tegelijk De Kemmer behouden als centrale sport- en ontmoetingsplek voor inwoners van Oirschot.
