Ingewikkelde vergunningsprocedures, oplopende kosten en steeds strengere regels. Is het zo nog wel doenlijk om een leuk loop- of wandelevenement in de fraaie Oirschotse natuur te organiseren. Clubs als de Bali Runners, Atletiek Vereniging Oirschot en Bommus met zijn Soepwandelingen lopen tegen steeds meer barrières aan die grondeigenaren opwerpen. Terwijl zij zich in de natuur meer dan netjes gedragen en er nooit problemen zijn, zo stellen de clubs. Dat moet toch anders kunnen, vinden zij.
door Rens van Ginneken
In toenemende mate ondervinden ze onnodige regeldruk, zo stelt Frans van Bommel van Bommus, bekend van de altijd goed bezochte Soepwandelingen. “We snappen uiteraard dat er bijvoorbeeld in het broedseizoen strengere regels gelden, maar de algemene teneur is nu eigenlijk dat het vrijwel onmogelijk wordt om nog een evenementje in de natuur te organiseren. Al zeven jaar houden we onze Soepwandelingen en nooit zijn er problemen geconstateerd. We hebben ook geen massastart: deelnemers gaan in kleinere groepjes het gebied in. Nu eisen grondeigenaren als Defensie, Brabants Landschap en Natuurmonumenten steeds vaker een vergunningsaanvraag, voor elk evenement. Vaak wordt er dan ook nog een percentage van de inschrijfgelden gevraagd, of legeskosten. Terwijl het bij ons allemaal vrijwilligerswerk is, waarmee we veel ophalen voor onze goede doelen”, zo verzucht de Oostelbeerzenaar.
Géén rotzooi achterlaten
Ook Atletiek Vereniging Oirschot loopt tegen problemen aan, zo vertelt Hennie van Rijt. “Nu ondervinden we weer weerstand bij onze Heidetrail. De kleine paadjes zijn het mooiste om te lopen natuurlijk, maar daar wil Defensie nu een stokje voor steken. Soms zijn maatregelen nodig en begrijpelijk, maar in toenemende mate zijn ze nu erg beperkend bij zo’n evenementje, terwijl het toch vaak om openbare wandelroutes gaat. We houden ons altijd netjes aan de regels en laten geen rotzooi achter. Sterker nog: vaak ruimen we de rommel van andere bezoekers van het natuurgebied ook nog op.”
Veel te ingewikkeld
Johan Pijnenburg is van de befaamde Bali Runners, ook zo’n club die net als Bommus regelmatig wat organiseert voor het goede doel. “Sporten in de natuur is oergezond en het ont-strest je; mooi als je dat kan faciliteren. Maar voor elk evenement een aparte vergunning aanvragen gaat wel ver. Wat doen we dan verkeerd? We organiseren graag, maar al die bureaucratie en rompslomp haalt de lol er wel van af. Soms ben je met een evenement in twee of drie gemeenten aanwezig. Als je dan bij al die gemeentes en dan ook nog eens bij de eigenaren van de natuurgronden vergunning moet aanvragen, wordt het allemaal veel te ingewikkeld”, zo stel hij.
Het mag coulanter
Het steekt bij de clubs met name, dat er eigenlijk niet vanuit vertrouwen wordt gehandeld door de instanties. “Het is begrijpelijk dat men de natuurgebieden wil beschermen en dat ze willen weten wat er op hun grond gebeurt. Maar er is in al die jaren nooit iets voorgevallen bij onze evenementen dat de natuur schaadt. Waarom dan al die inperkingen? Zouden de instanties zich niet wat coulanter kunnen opstellen? Ook het feit dat er steeds vaker geld wordt gevraagd voor het gebruik van deze gronden is soms lastig uit te leggen. Vaak zijn deze gebieden al bekostigd uit overheidsgelden, opgebracht door belastingen en we geven vanuit onze opbrengsten al wat terug aan de eigenaren. Zo hebben we al zes keer een houten rustbankje geplaatst in de natuur.”, zo stelt Van Bommel. Hennie van Rijt: “We horen vaak van deelnemers dat ze het zo waarderen wat wij organiseren en dat ze op plekjes komen in hun eigen gemeente, die ze nog niet eerder hadden gezien.”
Mooie promotie voor de gemeente
Op aangeven van de organisaties zijn er vorige week vragen ingebracht bij de gemeenteraadsvergadering. Ze hopen dat de gemeente wat kan doen om de grondeigenaren te overtuigen van de goede bedoelingen van de organisaties. Johan Pijnenburg: “Het is tenslotte ook promotie voor onze gemeente natuurlijk. Misschien kan er iets centraal geregeld worden, zodat we als goedwillende vrijwilligers niet steeds opnieuw vergunning hoeven aan te vragen.”
