Vaak lopen bezoekers van kunstbeurzen zijn stand in eerste instantie voorbij, denkend dat het keramiek of metaal is. Als ze doorkrijgen dat de bijzondere creaties van Rien van Lieshout (73) van zeer kunstig bewerkt hout zijn, zijn ze vaak verbluft over de metamorfose die een knoestig blok acacia, robunia of populier heeft ondergaan. Rien zelf – met een leven lang houtbewerking achter de rug, opgeleid aan de ambachtsschool in Eindhoven - is opvallend nuchter onder zijn rijzende ster in het vaak nog best elitaire kunstwereldje. “Men ziet het blijkbaar als kunst, meer dan ikzelf waarschijnlijk.”

door Rens van Ginneken

In zijn Oostelbeerse schuur, achter zijn draaibank, gaat het gesprek van de door hem bewonderde gitarist Joe Bonamassa naar het mooiste hout voor zijn werk. “Bij de houthandel zul je mij niet vinden. Vaak zijn het mensen die werken in de bosbouw of de groenvoorziening die me aan het beste hout voor mijn werk helpen. Ik houd niet van ‘braaf’ hout. Bij voorkeur moeten er noesten in zitten, of een mooie burl: een soort vergroeiing of wrat op de stam.” Dat hout, waar de grillen van het leven in zichtbaar zijn, daar steekt hij al zijn in vele jaren opgedane skills in. Veelal transformeert hij zo’n blok hout tot een bijzondere pot, vaas, of schaal. De onregelmatigheden van het hout, tekening en gaten bijvoorbeeld, blijven altijd zichtbaar. Vaak worden die onregelmatigheden in de nabewerking zelfs nog geaccentueerd. “Bij de schalen blijven de gaten dikwijls open, maar bij de potten maak ik ze meestal dicht. Ze worden vaak gekocht om als urn te dienen”, zo verklaart Van Lieshout.

Al jong bij de zaagmachine

De Oostelbeerzenaar groeide op in Breugel en leerde het houtbewerkingsvak aan de ambachtsschool in Eindhoven. “Maar als ventje van vijf jaar hielp ik mijn vader al achter de zaagmachine met het maken van kalverboxen. Deze kunstzinnige vorm van houtbewerking is eigenlijk pas gekomen na mijn pensionering”, vertelt hij , terwijl hij tientallen voorbeelden van werk van zijn hand toont. “Het is behoorlijk arbeidsintensief hoor. Per werk ben ik er gauw vijftig uur mee bezig, maar honderdvijftig uur komt ook wel voor. Met name de nabewerking kost veel tijd. En er is behoorlijk wat vraag naar, dus ik produceer ook behoorlijk. Laatst was ik een poos ziek en was in korte tijd zowat alles uitverkocht.” Hij mag dan nu wel te boek staan als kunstenaar, het arbeidsethos van de ambachtsman is ook na zijn pensionering niet verdwenen. “Het enige wat ik niet doe, is werk in opdracht maken. Ik laat mijn creativiteit de vrije loop en als ze het mooi vinden kunnen ze het kopen. En anders maar niet”, zo vertelt hij met een knipoog.

Alles zelf ontdekken

Toen hij begon had hij geen voorbeelden in dit specifieke vakgebied. “Ik moest echt zelf alles ontdekken en in het begin ging er nogal eens wat mis, of ik durfde een bepaalde ingrijpende bewerking niet zo goed aan. Nu ben ik niet bang meer om een stuk hout te verprutsen.” Soms zijn de kunstwerken in ‘naturel hout’, vaker nog zijn ze opvallend gekleurd, met een rijke, diepe glans die je kan doen verlangen om het aan te raken. “Het heeft lang geduurd voor ik precies wist hoe ik dat effect kon bereiken. Ik begin de afwerking altijd met zeven lagen Danish Oil. Voor de beste lakmethode, met die diepe glans, kwam ik uit bij een autospuitbedrijf en tweecomponenten hoogglans. De grootste uitdaging bij het lakken was de juiste grondlaag te vinden: die moest óók transparant zijn om de houtstructuur zichtbaar te houden.”

Monnikenwerk

Hij vervolgt: “Verder gebruik ik vaak nog marmerpoeder en goudpoeder om accenten aan te brengen op de oneffenheden. Ook het goed kunnen dichten van gaten heb ik zelf ‘uitgevogeld’. Dat was een uitdaging, want hout blijft werken natuurlijk. Eenvoudig dichtmaken met epoxyhars: dat werkt dus niet. Min of meer bij toeval ontdekte ik een methode met een ballon in de pot en dan laagje voor laagje secondelijm en marmerpoeder aanbrengen”, zo toont Van Lieshout het verbluffende effect van zijn monnikenwerk. “Geduld is een schone zaak”, zo lacht hij. “Ik doe er ook niet geheimzinnig over. Ik vertel er graag over en ik maak ook veel filmpjes waarin ik mijn hele werkwijze laat zien.”

Naar Arti Eindhoven

Hij wilde al drie jaar naar Arti Eindhoven met zijn werk, onthult hij. “Het kwam er steeds niet van, maar ik wil het toch perse een keer meegemaakt hebben. Er is een selectie voor die beurs, maar bang was ik daar eigenlijk niet voor. Er komen geloof ik 122 kunstenaars, waarvan het grootste deel schilderwerk toont. Wat ik doe is zo specialistisch, dat doet eigenlijk niemand in de hele wereld, zover ik weet.” Toch heeft hij goede hoop dat hij het houtdraaistokje nog door kan geven. “Ik heb mijn kleinzoon een beginnerscursus houtdraaien cadeau gedaan toen hij van de middelbare school kwam. Nu breng ik hem zelf nog wat van de fijne kneepjes bij. Inmiddels heeft hij zelfstandig al zijn eerste werk vervaardigd. Ik ben een trotse opa, dat snap je”, besluit Van Lieshout met een brede lach.

Het bijzondere houtdraaiwerk van Rien van Lieshout is op 8 en 9 februari van 11.00 tot 17.30 uur te bewonderen tijdens Art Eindhoven in het Klokgebouw. Leuke bonus: Rien van Lieshout zijn verteltrant is net zo aanstekelijk als zijn werk zelf.

Op de Facebookpagina van Rien van Lieshout vind je onder meer interessante filmpjes over zijn bijzondere houtdraaikunsten.