Hoe vaak gebeurt het niet dat een journalist, redacteur maar ook een vaste columnschrijver het gevoel heeft dat hij / zij / hun geweldige woorden slingers vormt, deze vervolgens aan papier of scherm toevertrouwt en uiteindelijk niemand deze ooit zal lezen. Maar dan, op een bijzondere dag, blijkt dat er toch nog aandachtige ontvangers van het geschreven woord zijn. Mij, uw inmiddels vertrouwde donkergroene columnist, overkwam dat met mijn proza over de koninginnenpage. Geschreven naar aanleiding van een reactie op mijn tirade over de achteruitgang van onze vlinderstand liet Stephen van Helvoort uit Oostelbeers weten dat hij zijn uiterste best doet om de mooiste en grootste dagvlinder van ons land een helpende hand toe te steken. Zoals beschreven werd in “Koninginnen uit Oostelbeers” elke rups behoedend voor gretige vogelsnavels, met zachte hand op laten groeien, verpoppen en in het volgend seizoen hun alle sterkte toewensend op hun reis door de wijde wereld.
Vervolgens bleek dat er in onze gemeente twee “Drakensteintjes” zijn om maar eens een vergelijking te trekken met het nederige stulpje van onze vroegere koningin Beatrix. Ook in Oirschot staat al zestien jaar een koninginnenpaleis. Leni Louwers is een groot deel van het seizoen druk met haar pleegkinderen en toch wist ze nog een verloren moment te vinden om uw columnist te ontvangen.
Het begint allemaal met de pages die verleid worden met overheerlijke brozen venkel om eitjes af te zetten. Zoals bij alle vlinders die grote rupsen krijgen is dat niet een kwestie van even diep ademhalen en plop, daar ligt een compleet nest met tientallen beloftes voor de toekomst. Voordat er ook maar één ei gelegd wordt moet elk steeltje en blaadje uitvoerig onderzocht worden. Antennes en tastzintuigen in haar zes poten zullen pas na een unaniem akkoord in haar voorste hersenknopen het licht op groen zetten. Maar ook dan is het maar een sober gebeuren. Eén ei en niet meer wordt er op de uitgekozen plek gezet. En daarna begint het gewoon weer van voren af aan. Omdat een venkelplant groot is kunnen er uiteindelijk wel meerdere op één plant afgezet worden. Het grote werk van de koninginnen verzorgster begint pas als de rupsen uitkomen. Elke hapgrage vogelsnavel wordt resoluut de deur gewezen. Aan het eind van een hopelijk warme zomer worden de dan enorme rupsen steeds slomer en gaan uiteindelijk een plek zoeken om te verpoppen. Dat kan aan de stengel maar er is ook een fraaie poppenwieg aanwezig waar ze, schrik niet, zichzelf aan mogen ophangen.
Biologen hebben het woord “gordelpop” bedacht. Met een zelf gesponnen draad hangt de rups zich vast, stroopt voor de laatste keer zijn fraaie velletje af en wat dan verschijnt is een heldergroene pophuid. Daarbinnen is niets wat nog herinnert aan de rups. Elk orgaantje, van darm tot ademhalingsorgaantjes, alles wordt afgebroken tot de kleinste cellen. En dan begint het grote wachten. Steeds ervoor zorgend dat de poppen niet uitdrogen en wetend dat binnen in de pop aan een kunstwerk getimmerd wordt. Vanaf begin mei wordt het resultaat zichtbaar. De pophuid scheurt open en ruggelings zal de nieuwe koninginnenpage de wereld betreden. Nog even de vleugels oppompen, een laatste groet aan haar verzorgers en dan op wieken.
Als columnist van het Oirschots Weekjournaal wil ik Stephen van Helvoort en Leni Louwers bijzonder bedanken voor het delen van hun ervaringen en foto’s.
