Al vaker somberde uw groene columnist over het verdwijnen van alles wat leeft en groeit. Dat dit niet te maken heeft met het vroeger-was-alles-beter-syndroom bleek in de afgelopen weken opnieuw. Het Centraal Bureau voor de Statistiek schreef op 17 maart “Bospaddenstoelen afgelopen 15 jaar met een vijfde afgenomen” Inmiddels is het gangbaar binnen verschillende groepen om elk wetenschappelijk rapport onderuit te halen of te besmeuren. Wetenschappers zijn volgens velen immers niet te vertrouwen, resultaten komen niet overeen met hun wereldbeeld en zijn dus per definitie onjuist. Nu bleef het echter muisstil en dat heeft alles te maken met het gegeven dat genoemde groep niet verder dan de parkeerplaats aan de rand van het bos komt. Bomen groeien nog steeds en dus interesseert het hun verder niet.

Dat het al langer niet goed gaat met onze bossen zal echter geen verrassing zijn. Zodra het komkommertijd is bereiken verhalen over jonge koolmeesjes die met gebroken pootjes uit hun ei komen en verhongeren omdat er te weinig rupsen zelfs de krant van werkend Nederland. Chinooks of andere helikopters die eerst heidevelden en nu ook bossen bestrooien met steenmeel zijn inmiddels een bekend gezicht. En waar vroeger bospaden vol stonden met boleten en cantharellen rest nu alleen maar een troosteloze zwarte bosbodem of een tientallen centimeters dik bladerpakket.

Misschien zult u zich nu afvragen wat rupsjes en bladrestanten met paddenstoelen te maken hebben. Uw columnist houdt zich kennelijk weer eens bezig met gezwam en dus wordt het tijd om door te bladeren. Helaas, het zeer leesbare artikel van het CBS toont aan dat alles samenhangt met onze ruimhartige aard in Nederland. Elke dag een ton stikstof en dan wordt alles lekker groen. Maar daar zit nu net de crux. Bomen kunnen niet omgaan met deze gulle gaven en dat betekent dat hun bladeren letterlijk onverteerbaar worden voor rupsjes. Maar niet alleen als levend groen kan de natuur er niets meer mee. Ook als ze afsterven, van de bomen vallen, blijken ze niet te pruimen voor het bodemleven. Regenwormen en springstaarten zijn niet zo aaibaar als koolmeesjes en verdwijnen ongemerkt uit onze bosbodems. Bladerpakketten hopen zich op en als er dan ook nog eens een enorme hoeveelheid eik, den of spar tussen zit wordt ook het laatste leven verstikt. Om het nog erger te maken, in een droge zomer blijven ook nog eens de schaarse regendruppels in het rottende blad hangen en verdroogt de bodem eronder nog verder.

Paddenstoelen en bestuivers. Mensen maken zich terecht druk over het verdwijnen van bestuivende insecten, hun geliefde appeltje voor de dorst heeft toch echt bijen nodig. Maar verdwijnende paddenstoelen betekent niet alleen dat wildpluk van tafel gaat verdwijnen. Alleen zwammen kunnen hout verteren. Zonder paddenstoelen leven we op een snipperberg die we alleen kunnen verbranden en daarmee het broeikaseffect verder aanjagen. Zonder paddenstoelen steunt en kreunt elke boom. Zeker in een verder verzurende bodem zijn het juist zwammen als boleet en vliegenzwam die bomen onmisbare hulp geven om mineralen op te kunnen nemen. Zelfs een boom kan niet alleen van water leven.

Dag paddenstoelen, dag mooie cantharel. Laten we hopen dat we eindelijk eens stoppen met het slopen van onze leefomgeving.