In Vessem, maar zeker ook in de Beerzen, was Sjef van Dun, ofwel ‘D’n Apenboer’, decennia lang een legendarische figuur. Zelfs nu nog, 22 jaar na zijn overlijden, kunnen Beerzenaren je nog de binnendoor route naar Vessem wijzen als ‘langs d’n Apenboer’. Maar wie was deze zonderlinge paradijsvogel van de Heikesestraat eigenlijk? Oud-Oostelbeerzenaar Sjef Smulders deed jarenlang onderzoek naar Van Dun en schreef een fascinerend boek over hem.
door Rens van Ginneken
Het is inmiddels al Smulders’ vijfde boek, maar met ‘Van textielfabrikant tot apenboer’ etaleert de schrijver uit Diessen misschien wel meer dan ooit zijn bovenmatige interesse in mensen die zich op een bijzondere wijze onderscheiden van de goegemeente. “Dat was ook al mijn drijfveer toen ik in de jaren negentig schreef voor weekblad Kempenland Info. Het is wel altijd een zoektocht met een zaklampje hoor, naar die markante mensen. Van de vijf die je er vindt zijn er dan hooguit drie die willen meewerken. Soms zijn het dan van die ouwe boerkes die altijd in de schaduw van de maatschappij hebben geleefd. Logisch dat die huiverig worden als ze ineens de spotlight op zich krijgen”, aldus Smulders.
Lastig te strikken
Al in 1998 wist Smulders Sjef van Dun ‘d’n Apenboer’, die van 1962 tot 1996 had gewoond in het niemandsland tussen Oostelbeers en Vessem, in 1998 te strikken voor een interview. “Hij woonde toen al een paar jaar in woonzorgcentrum Groenendaal en ik wist dat ook hij doorgaans lastig benaderbaar was voor publicitaire dingen. Maar mijn tante kon goed met hem overweg, zij was eigenlijk het breekijzer”, vertelt Smulders met een lach. We spraken af op zijn landgoedje en warempel: hij kwam! Het werd nog een hele leuke middag. Vier jaar later overleed hij en hij had me op het lijstje voor de uitvaartdienst in Vessem gezet. Ik vermoed dat hij toch content is geweest met het artikel.”
Hij leefde als een Neanderthaler…
Dat interview van 1998 vormde de basis voor het boek ‘Van textielfabrikant tot apenboer’. Maar Smulders dook nu nog veel dieper in het leven van Sjef van Dun en raadpleegde tientallen bronnen: mensen die hem gekend of ontmoet hadden, heemkundekringen, krantenartikelen, historische naslagwerken en zelfs Apenheul en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid voorzagen hem van waardevolle informatie. Het 240 pagina’s tellende boek dat Smulders’ noeste arbeid opleverde is smeuïg geschreven, met veel oog voor detail en respect voor de mens Sjef van Dun en zijn meer dan bijzondere levensverhaal. Met name hoe Van Dun leefde ‘als een Neanderthaler’ op zijn landje, verstoken van gas, elektra en water, omringd door tientallen ‘aangewaaide’ dieren, kan niet anders dan mateloos intrigeren. In kleurrijke zinnen, vaak niet te flauw en wars van eufemismes, weet Smulders de lezer schijnbaar moeiteloos binnen te trekken in het leven van D’n Apenboer.
Agressief hondenleger
Ook voor veel (iets oudere) Beerzenaren valt in die fraaie zinnen ongetwijfeld het nodige herkenbaars te vinden: “… Sjef had het niet in de gaten, het kwam niet bij hem binnen dat er op zijn stukje van de Heikesestraat een angstwolk hing waar voorbijgangers indoken en doorheen moesten, als door een dichte mistbank. Dat angstgevoel waaierde uit, de regio in. Schoolgangers en uitgaande tieners uit Oostelbeers en het verdere achterland schuwden de Heikesestraat om Sjefs agressieve hondenleger…” Maar het boek vindt ook zijn meerwaarde in de schets van de persoon Sjef van Dun, van zijn jongste jeugd tot aan de tijd dat hij krom van de jaren over zijn landgoedje schuifelde. De tragiek was nooit ver weg in Van Duns leven.
Beschuit met aardbeien bij De Doornboom
“Hij verklooide het op school, hij redde het niet in de textielindustrie, hij verloor in de liefde en toen hij vervolgens zijn liefde aan de dieren schonk, verloor hij zijn veertien apen bij een vreselijke brand in de touringcar die zijn huis was. In veel zaken was hij een zonderling, hij waste zich nooit en stonk dus een uur in de wind en hij fietste de hele regio rond met een aap op zijn schouder en een kartonnen doos achterop zijn fiets. Toch vond hij vrijwel overal een warm welkom, want hij kon ook een zeer innemend mens zijn. Eens per jaar bijvoorbeeld waren alle kinderen op zijn terrein welkom om Paaseieren te zoeken. Bij café De Doornboom was hij jarenlang kind aan huis. Hij kwam er eens binnen en vroeg aan het kasteleinskoppel Corrie en Pierre: “Hebben jullie beschuit met aardbeien?” Op het antwoord ‘Nee’, zei hij: “Maar ik wel!” en liep naar zijn fiets, kwam terug met rollen beschuit, aardbeien en slagroom en trakteerde de hele bar. Bij andere gelegenheden zat hij op de vloer verhalen te vertellen en hing de jeugd aan zijn lippen. Toen later de doos eens van zijn fiets werd gestolen, was hij zo ontgoocheld, dat hij nooit meer bij De Doornboom terug zou komen…”
Sjef begon met 3-0 achterstand
“Al met al is de totstandkoming van dit boek een leuk proces geweest. Je begint ‘op zwart’, maar langzaam ontrafel je steeds meer. Steeds waren er van die ‘Yes!-momentjes’, daardoor heb ik er veel plezier aan beleefd”, vertelt de schrijver. Al zijn onderzoek leverde Smulders ook inzichten op die hem op zijn minst verrasten. “Het meest misschien nog wel de ontdekking dat Sjefs moeder in 1923 verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis, dat zij daar zwanger raakte en dat daaruit kort na haar opname Sjef werd geboren, terwijl ze waarschijnlijk nog aan postnatale depressie leed. Het is niet vreemd om te denken dat Sjef daaraan zijn afwijkende karakter heeft overgehouden. Hij begon al met een 3-0 achterstand zou je kunnen zeggen en dan kwam al die andere tegenslag er nog achteraan…”
Het boek ‘Van textielfabrikant tot apenboer’ is te koop bij drogisterij Jasmijn in Middelbeers en bij de boekwinkels in de regio. Ook is het te bestellen bij Jan Smulders zelf via:
smuld723@planet.nl
